Menu Sluiten

Podcast: In de val gelokt

Ruim tachtig jaar geleden, in 1939, raakte een jonge vrouw vermist. De vermissing bleef jarenlang een groot raadsel. Jopie de Nigtere was een 18-jarige vrouw die op weg was naar een toekomst bij een nieuwe werkgever. Het bleek al snel dat de jonge Amsterdamse in de val was gelokt: ze zou solliciteren bij een bedrijf dat niet bleek te bestaan.

Jopie de Nigtere
Jopie de Nigtere

Podcast: In De Val Gelokt

Arbeidsbeurs

Aan het begin van de 20e eeuw kon je werk zoeken via een zogenaamde ‘arbeidsbeurs.’ Als je je daar had opgegeven en er was passend werk gevonden, dan kreeg je een ‘groene kaart’ in de bus: een kaart met daarop de adresgegevens en de tijd wanneer je bij je mogelijke volgende werkgever op sollicitatiegesprek mocht komen.

Dat deed de jonge Amsterdamse Johanna ‘Jopie’ de Nigtere ook. Ze mocht op zaterdag 18 november 1939 om 16:30 op gesprek bij confectie-atelier De Vries aan de Singel in Amsterdam. Op die middag liepen Jopie, haar moeder Henriëtte en een tante door de stad. Rond 16:10 moest Jopie afscheid nemen om op tijd op haar afspraak te zijn. Het laatste wat ze zei, volgens haar moeder, is dat het gesprek niet lang zou duren. Ze hadden afgesproken elkaar weer te ontmoeten bij de HEMA. Jopie verdween uit het zicht van haar moeder. Ze is nooit meer teruggezien.

Hoek Spui en Kalverstraat in Amsterdam, de plek waar Jopie en haar moeder afscheid namen. (foto: 1971)© Stadsarchief Amsterdam
Hoek Spui en Kalverstraat in Amsterdam, de plek waar Jopie en haar moeder afscheid namen. (foto: 1971)© Stadsarchief Amsterdam

Het atelier

Op het gegeven adres zat geen confectie-fabriek maar een winkel voor behangpapier. Deze winkel is aan het begin van die zaterdagmiddag gesloten door de eigenaar, zoals hij dat altijd deed. Twee andere jonge vrouwen waren ook uitgenodigd. De ene is doorgefietst, de ander heeft nagevraagd maar is vergeefs huiswaarts gegaan. De drie vrouwen hebben elkaar daar niet gezien.

Jopie kwam niet meer thuis. Diezelfde zaterdagavond, rond 22:00 uur, ging de vader van Jopie, Bernard, naar het politiebureau aan de Overtoom maar die ondernam geen actie. Het idee was dat Jopie, een volwassen vrouw, wel weer thuis zou komen. Bovendien werden zo’n drie tot vier vermissingen per dag gemeld, waarvan veruit de meesten weer uit eigen beweging thuis kwamen. Maar Jopie kwam niet terug en Bernard werd van het ene bureau naar het andere gestuurd. Pas laat in de avond kreeg hij een rechercheur te spreken die het een zaak voor de Kinderpolitie vond. Die afdeling was op dat moment gesloten.

De dag erna, op zondag, wordt een politie-telegram uitgezonden met het signalement van het meisje, maar er wordt nog geen onderzoek ingesteld. Dat begon pas de dagen daarna. Er is uitgebreid gezocht in de winkel. Maar speurhonden konden geen spoor van Jopie vinden en de winkelier en zijn medewerkers wisten van niets. Van De Vries hadden ze ook nog nooit gehoord. In de eerste week na de verdwijning looft de familie 1.000,- gulden uit voor de gouden tip. Een bijzonder hoog bedrag voor die tijd.

De Beller

Het bleek dat er vroeger, op hetzelfde adres, een confectie-atelier Van Menk en Zonen had gezeten, maar dat was al jaren geleden gesloten. Het niet-bestaande atelier was bij de Arbeidsbeurs telefonisch aangemeld door een man die zich De Vries noemde. Wie was dat? Een vraag die de politie maar al te graag beantwoord wilde zien.

Bioscoop Astoria waar Henk S, één van de vele verdachten, werkteSingel met de Ronde Lutherse Kerk,, AmsterdamJopie de NigtereDe Telegraaf 27 november 1939Nieuwendijk, 1940 met de HEMA. Hadden Jopie en haar moeder hier afgesproken?

Verdachten

Kwam de beller uit de omgeving? Eén van de verdachten in de verdwijning was Henk S, een oud-Amsterdammer die nu in Den Haag woonde. Hij kende de omgeving rond de Singel van vroeger goed. Hij zou dat atelier van Van Menk kunnen kennen. Henk had een flink zedenverleden, hij had eens een meisje een maand lang vastgehouden. Bovendien leek hij op een man die een getuige had zien lopen in Amsterdam. Maar bij Henk in huis zijn geen sporen gevonden van Jopie.

Werkzoekenden die zich hadden aangemeld bij de Arbeidsbeurs, zoals Jopie heeft gedaan, werden uitgebreid ondervraagd en moesten bewijzen leveren van hun diploma’s en vaardigheden, maar werkgevers werden niet onderzocht. Iedereen kon zich voordoen als werkgever en bijna alles werd klakkeloos aangenomen zonder te onderzoeken hoe het bedrijf functioneerde of dat het bedrijf dat werk aanbood wel echt bestond. Over deze gang van zaken werden Kamervragen gesteld. Het idee ging rond om geen telefonische aanvragen meer aan te nemen, maar werkgevers moesten zich persoonlijk aan het bureau melden. De politie, maar ook de minister van Justitie, Pieter Gerbrandy, vonden dat er geen fouten zijn gemaakt door de Arbeidsbeurs of dat het politie-onderzoek te laat zou zijn opgestart.

De Telegraaf
Een bezorgde vriendin plaatst deze advertentie in De Telegraaf

Tips

De recherche kreeg bijzonder veel tips over de zaak. Vele tips waren te vaag om er onderzoek naar te kunnen doen:

Een jongen ziet drie mensen een auto aanduwen, omdat de motor niet aan wil slaan. Er loopt een jonge vrouw mee van ongeveer 18 jaar. Haar hand wordt vastgehouden door één van de mannen. Als de auto aanslaat stappen ze in en rijden weg. De getuige heeft geen kenteken onthouden of de kleur en het merk van de auto kunnen zien omdat het te donker was. De jongen vond het blijkbaar vreemd genoeg om het te melden, maar de politie kan er niets mee.

Een paar dagen vóór Jopies verdwijning wordt een 17-jarig meisje aangesproken door twee heren in een auto. Eén van de mannen zegt ‘filmdirecteur’ te zijn. Hij wil haar opleiden tot actrice en geeft haar een adres waar ze zich kan melden. Dat doet ze niet. De politie trekt het adres na, het is het huis van de 26-jarige Rebecca, een verkoopster die geen filmdirecteur kent.

De 20-jarige Sofia komt op straat een sjofel geklede man tegen. Hij vraagt aan haar of ze werkeloos is, omdat hij hulp kan gebruiken in zijn lampenkappenfabriek. Maar op het adres dat de man geeft zit een bejaardentehuis. Dat vindt Sofia verdacht en ze meldt dat op het politiebureau.

Andere tips waren concreet, maar liepen al snel uit op een dood spoor. Bijvoorbeeld het verhaal van een kunstschilder die naakten maakte en bij Jopie in de buurt woonde. Hij verscheen op de dag van de verdwijning niet op zijn atelier. Blijkbaar was dat verdacht en vond men dat een reden om de politie te melden. Maar hij was die dag flink ziek en kon zijn bed niet uitkomen.

In een brief gericht aan de ouders van Jopie, worden ze bedreigd met de dood van hun dochter, als ze geen 1.000 gulden afgeven bij de krantenkiosk op het Leidseplein in Amsterdam. Omdat in de brief de suggestie werd gewekt dat Jopie nog leeft, gaan Bernard en de politie erop af. Helaas was het vals alarm. De briefschrijver kende het adres van Bernard uit de krant en wilde met de verdwijning een slaatje slaan. Hij had er niets mee te maken.

Leidseplein met links de kiosk (ca. 1940) © Stadsarchief Amsterdam
Leidseplein met links de kiosk (ca. 1940) © Stadsarchief Amsterdam

Rond half negen ‘s avonds, de dag van de verdwijning. Bij Hoornaar, net boven Gorinchem, ziet een man een auto rijden. Hij hoort een meisje gillen. De auto keert en rijdt weg. De man sloeg er geen acht op, maar hij meldt het een paar dagen na verdwijning bij de politie, als de verdwijning van Jopie landelijk nieuws wordt. Hij heeft het kenteken van de auto niet en kan ook geen signalement geven van het meisje of van de chauffeur. Niemand anders dan de 70-jarige getuige heeft gegil gehoord. Zou het meisje Jopie zijn geweest? Het tijdspad is mogelijk, de afstand tussen Hoornaar en Amsterdam is met de auto makkelijk in anderhalf uur te rijden. Toch loopt ook hier het spoor dood.

En de politie krijgt ook talloze anonieme brieven. Iemand schreef dat Jopie en een militair in een zogenaamde ‘melksalon’ in Utrecht waren gezien. In zo’n salon kon je voor weinig geld melk kopen in plaats van alcohol. Volgens de tipgever zaten Jopie en de man er urenlang zwijgzaam bij elkaar. Maar aan het eind van de jaren ’30 waren er geen melksalons meer in Utrecht en er is er nooit een geweest op de plek die de tipgever beschreef, bij het centraal station.

En zo stromen de tips binnen. De op het oog meest onbenullige zaken worden gemeld: er staan onbekende auto’s in de straat, fluisterende cafébezoekers worden verdacht, Jopie zou onder ‘heipnose’ in een auto zijn meegevoerd met drie andere meisjes. De Amsterdammer Joop, die in een dronken bui een verhaal ophangt over een bordeel waar Jopie zou zitten, zou een gevangene die er niets mee te maken heeft de schuld hebben gegeven van Jopie’s verdwijning.

Zelfs als Nederland zucht onder de Tweede Wereldoorlog in Nederland, probeert de politie nog de sporen naar Jopie te onderzoeken. In september 1944 wordt de 23-jarige Johan van H. opgepakt. Maar hij komt snel weer vrij, hij bleek onschuldig te zijn.

In augustus 1940 kwam een bijzonder concrete tip binnen. Jopie’s lichaam zou in het Hollands Diep liggen, onder de Moerdijkbrug. Er werd gedoken, maar de duiker haalde alleen een blauwe wollen draad naar boven. Jopie droeg op de dag van haar verdwijning blauwe kleren. Toch loopt ook hier het spoor dood.

Ook het gerucht dat in 1944 de ronde deed dat Jopie in een muur ingemetseld zou zijn in een huis, bleek onwaarheid. Volgens het verhaal zouden de ouders en de politie haar daar allang hebben gevonden, maar hadden ze het stil gehouden voor de buitenwereld.

Zelfs de auto van de privédetective die door Bernard was ingehuurd werd verdacht. Die stond wel heel vaak voor het huis van de ouders…

Een melksalon in Utrecht, begin 20e eeuw © Het Utrechts Archief
Een melksalon in Utrecht, begin 20e eeuw © Het Utrechts Archief

Psychologisch Rapport

Om de zaak beter te begrijpen is het goed om het slachtoffer te kennen. Daarom werd er een psychologisch rapport gemaakt. Jopie had eerder gesolliciteerd, naar aanleiding daarvan maakte professor pedagogiek Jan Waterink een rapport op. Hij schrijft stevige conclusies. Volgens hem was Jopie niet echt open, naïef, impulsief. opdringerig en weinig invoelend. Ook schrijft hij “meisjes als dezen zijn zeer geschikte typen om in een avontuur betrokken te worden. De ouders van dit meisje moeten wel blind zijn geweest als zij van dit alles niets hebben gezien.” zo besluit de psycholoog het rapport.

Zou het kunnen dat Jopie in het water van de Singel is gevallen? Om die vraag te beantwoorden gaat de politie in het water op zoek. Ook hier is niets gevonden. De vraag is hoe logisch dit scenario is. Jopie kon zwemmen en zou op dat tijdstip een meisje in het water niet zijn opgevallen? Een andere vraag is of ze ooit bij het adres is aangekomen. Ze was niet bekend in deze omgeving. Ze zou onderweg verongelukt, meegenomen of vermoord kunnen zijn.

Nog Meer Vragen Geen Antwoorden

Was er maar één dader? Ook dat is een vraag waar de politie mee worstelde. Het is duidelijk, dat maar één persoon het confectie-atelier bij de Arbeidsbeurs had aangemeld. Maar het mogelijk dat die persoon niet verantwoordelijk was voor de feitelijke verdwijning van Jopie. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar daar is nooit hard bewijs voor gevonden.

Het Buitenland: Duitsland

Vanuit Leipzig ontving de Amsterdamse recherche een brief, waarin de schrijfster een verband legde tussen Jopie en de vondst levenloos lichaam van een onbekende jonge vrouw. Zij zou een paar dagen na 18 november gevonden zijn nabij Berlijn.

In die brief brengt de schrijfster in de politie op het spoor van de Duitser Arthur Markmann, een voormalig mijnwerker met een flink strafblad. Hij had roofovervallen gepleegd, waarbij in elk geval één keer het slachtoffer naakt in een bos achtergelaten werd. Ook had Markmann verschillende moorden op vrouwen gepleegd. Hij kreeg er de doodstraf voor in januari 1940.

Er wél een onderzoek naar Markmann gedaan, maar niet naar de meer van de hand liggende verdachte Johann Eichhorn.

Johann Eichhorn © Bayrisches Hauptstaatsarchiv
Johann Eichhorn © Bayrisches Hauptstaatsarchiv

Eichhorn kwam uit Aubing, vlakbij het Zuid-Duitse München. Ook hij was een ter dood veroordeelde moordenaar, met talloze verkrachtingen en vijf moorden op jonge vrouwen waaronder zijn eigen zussen op zijn geweten. Hij werd daarvoor terechtgesteld, nog vóór de Nederlandse politie kan onderzoeken of er een verband is Jopie en Eichhorn.

Ook naar Paul Ogorzow is geen onderzoek ingesteld. Ook deze man lag meer voor de hand dan Markmann. Ogorsow werd de ‘Berlijnse S-Bahn Killer’ genoemd, omdat hij rond eind 1939 vrouwen vermoordde door ze uit de trein, ‘S-Bahn’, te gooien. Het was wellicht mogelijk dat een gevonden lichaam een nog niet aan hem gekoppeld slachtoffer is.

Maar in het ‘Duitsland-scenario’ roept vragen op. Ten eerste: waarom zou Jopie daar heen gaan? Zonder iets te zeggen? En: hoe daar gekomen, met wie? Hoe dan ook, er is nooit een hard spoor gevonden dat Jopie met Duitsland in verband heeft gebracht.

Het Buitenland: Engeland

Als in december 1939 aan de kust van het Britse Essex een lijk aanspoelt van een vrouw, gaan de alarmbellen wederom af. De leeftijd van beide vrouwen klopte, maar belangrijke verschillen deed de recherche sterk vermoeden dat het Jopie niet kon zijn.

Inmiddels komen er faxen binnen uit Engeland, dat het onwaarschijnlijk is dat Jopie daar is binnengekomen.

Het Buitenland: Frankrijk

Op 11 december 1939, bijna twee maanden na de verdwijning, komt het bericht dat Jopie de Nigtere in Parijs is gezien. Er verschijnen opsporingsposters in de stad.

En de Amsterdamse politie krijgt een merkwaardig bericht. Een medewerker van een privé detectivebureau heeft een tijdje gewerkt in Limburg. Deze detective heeft het over een zekere ‘madame Dreux’. Zij zou in een doodlopend achterafstraatje in binnenstad van Parijs wonen. Ze zou handelen in meisjes in de gedwongen prostitutie en een handlanger hebben in Nederland, een gepensioneerde hoofdconducteur, die in de brief met naam wordt genoemd!

De Nederlandse Spoorwegen doen onderzoek naar de hoofdconducteur. Het spoorbedrijf bevestigt dat man inderdaad bij NS had gewerkt, maar nu al vier jaar pensioen was. Maar de man had geen strafbare feiten op zijn geweten. Al was hij éénmaal dronken op het werk verschenen, verder was er alleen maar lof. Ook komt zijn naam niet voor in Nederlandse politie-rapporten. Van de man die Jopie in Parijs gezien zou hebben is niets meer gehoord.

Maar hier houdt het onderzoek op. Het is niet bekend wat er met deze ‘madame Dreux is gebeurd. De Franse autoriteiten hebben niet gereageerd op verzoeken voor inzage in de archieven door Messcherp Media. Ook niet na herhaaldelijke verzoeken.

Opsporingsaffiche uit Frankrijk
Opsporingsaffiche uit Frankrijk

De Zaak Oplossen

In 1943 wordt in het Gooi, bij Hilversum, in een sloot een jute zak gevonden. Er blijken lijkdelen in te zitten. Uitvoerig onderzoek van de Naardense politie wees uit dat het ging om een meisje dat twee jaar eerder was verdwenen nadat ze bramen ging plukken. En die vondst is belangrijk. Er zit een ring in die heel veel lijkt op de ring die Jopie op de dag van haar verdwijning droeg.

Maar door een noodlottig toeval is de ring nooit bij de ouders van Jopie aangekomen voor identificatie.

De zaak ruim tachtig jaar later op lossen is bijzonder lastig. De lijkdelen zijn in 1943 onderzocht door patholoog anatoom prof. Hulst uit Leiden. Om nu nog DNA-sporen te kunnen onderzoeken zijn de stoffelijke resten nodig. Maar het is onbekend wat ermee is gebeurd na het onderzoek door de professor.

Het Gerechtelijk Laboratorium, de voorloper van het NFI, heeft een enorme databank van resten opgeslagen. Dat ze daar liggen is niet onmogelijk, maar de kans is heel klein. Professor Hulst deed zijn onderzoek in 1943, twee jaar vóór de oprichting van het Gerechtelijke Laboratorium. Het kan zijn dat er nog wel een medisch dossier ligt in het archief bij het OM of het NFI. Maar die kunnen alleen geopend worden als het OM daar toestemming voor geeft.

En zo loopt ook de laatste tip naar de verdwijning van Jopie dood. In 1985 overleed Bernard, een jaar later Jopie’s moeder. Zij zijn overleden zonder ook maar iets van Jopie te hebben gehoord.

==========================================

Met zeer veel dank aan:

  • Henk Brugge
  • Klaas Tolner
  • Wil Al
  • Stadsarchief Amsterdam
  • Gisela Erler
  • Jens Dobler
  • Peter Kroesen
  • Ruud Mosk
  • Marjolein Ruitenbeek
  • Hans Helmerhorst
  • Margreet de Broekert
  • Claudia Mannsbart
  • KvK Nederland
  • Albert Snetlage

en de acteurs:

Waardeer dit artikel

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -
X