Menu Sluiten

Verdachte van seksuele uitbuiting: “Wij hebben een kind.”

In de Amsterdamse rechtbank staan deze week een aantal mensenhandelaars voor de rechter, in aparte zittingen.

In de eerste zaak staat D. (52) terecht voor mensenhandel en seksuele uitbuiting. De geboren Bulgaar heeft drie vrouwen tot slachtoffer gemaakt, zo staat te lezen op de persrol. De kleine man in donkere kleding kijkt, als hij in de zaal zit, alleen voor zich uit en naar rechts, naar zijn tolk en advocaat. Tussen hen in zijn transparante schotten geplaatst, het corona-virus laat ook hier zijn macht zien. De donkere ogen van de verdachte man liggen diep in zijn smalle hoofd, zijn gezicht wordt gekenmerkt door een dunne maar geprononceerde neus. Zijn zwarte haar, kort gekapt, en donkere huidskleur zijn typische kenmerken van een Oost-Europeaan. Hij zit een beetje voorover gebogen en binnensmonds, met af en toe wat stemverheffing, doet hij zijn verhaal. D. spreekt alleen Bulgaars. Soms geeft hij de tolk niet de tijd om zijn woorden te vertalen en praat hij dwars door haar heen.

Oude zaken

Het gaat hier om ‘oude’ zaken, van een paar jaar geleden. De drie vrouwen, waarvan twee zussen, zeggen uitgebuit te zijn in periodes tussen 2009 en 2013. Het onderzoek naar de beschuldigingen is bijna afgerond, onder andere een Noorse klant en een hotelmanager moeten nog worden gehoord. Ook moeten er nog onderzoeken uit het buitenland worden afgerond.

Volgens de Officier van Justitie bleven de verhalen van de vrouwen consistent. De Officier spreekt van “ernstige beschuldigingen tegen de man” die al ruim een jaar vastzit. Het feit dat het om oude zaken gaat maakt het niet minder ernstig, zegt ze. De man is geen onbekende voor de Bulgaarse media, daar hebben kranten bericht over zijn aanhouding. Dat leidde tot verontwaardiging en een ‘geschokte rechtsorde’.

Advocaat Ramdhan verdedigt D. Hij wil graag de boekhouder spreken die de belastingzaken regelde. De voorzitter van de rechtbank vraagt zich af wat die verklaring kan bijdragen aan de zaak. Volgens de advocaat is er bijgehouden hoeveel er gewerkt is door de vrouwen en hoeveel zij hebben verdiend. Het zou gaan om duizenden euro’s die naar verschillende mensen in Bulgarije is overgemaakt. Maar de verdachte zegt dat er nooit geld is ‘afgepakt’. De vraag blijft nu dus voor wie de vrouwen het geld hebben verdiend.

De Amsterdamse rechtbank © Bas Dekkers

Voorlopige hechtenis

D. zit al ruim een jaar in voorarrest. Dat is volgens zijn advocaat erg lang, voor vergrijpen die al zó lang geleden zijn gebeurd. Daarnaast, zo betoogt de advocaat, “konden de vrouwen gaan en staan waar ze wilden.” Ze zijn meer dan eens naar het buitenland gegaan, zonder problemen. Van de verschillende woonadressen hadden ze een eigen sleutel. Eén van de vrouwen vertelde dat haar eigen zus haar overhaalde in de Nederlandse prostitutie te gaan werken. “Ik kon hier geld verdienen, onze situatie in Bulgarije is erg slecht.” zo citeert advocaat Ramdhan Van dwang is dus geen sprake, volgens hem en de ‘ernstige’ bezwaren moeten nogal genuanceerd worden. Met andere woorden, de lange voorlopige hechtenis is ‘disproportioneel’. Daar komt bij dat D. last heeft van het zware anticorona-regime dat nu heerst in de gevangenis.

Geen contact

Volgens de advocaat heeft D. op geen elke wijze contact gehad met de slachtoffers en heeft hij altijd meegewerkt met het onderzoek. Hij vraagt zich of die ‘geschokte rechtsorde’ wederom geschokt zou worden als het voorarrest vroegtijdig opgeheven zou worden. Het zou goed kunnen, volgens hem, dat het voorarrest langer kan gaan duren dan de uiteindelijke gevangenisstraf die de rechtbank zou opleggen. Ook heeft hij al meer een jaar geen contact meer met de slachtoffers. Behalve één. Met haar heeft hij een kind.

“Ik heb nog nooit een vrouw met één vinger aangeraakt. Ik ben onschuldig!”

De verdachte

De Officier geeft toe dat het hier om ‘oude cases’ gaat, maar dat hoeft voor een rechtszaak geen probleem te zijn. “Het komt vaak voor dat vrouwen in zaken als deze pas laat aangifte doen. Dat doen ze vaak pas als ze zich veilig voelen en weten dat de pooier hen niks meer kan doen. En dat kon op dat moment, want D. zat vast voor drugshandel.” Vlak daarna kwam een tweede verklaring tegen D.

Dat de slachtoffers vrij konden reizen doet niks af aan de beschuldiging. Hij werd agressief als er geen geld was. Daniëla, één van de slachtoffers, en D. hebben een relatie. De man gebruikte hun relatie als pressiemiddel om haar te laten werken als prostituee.

Ook het argument van het corona-regime veegt de Officier van tafel. Dat geeft geen zwaarwegende persoonlijke omstandigheden om de man vrij te laten. Dat de man een financieel voordeel had uit het werk van de Daniëla staat volgens haar vast: “Ze mócht geen belasting betalen en ook de huurgegevens zijn niet bijgehouden. Ook geen gegevens over welke klant hoeveel heeft betaald.” Volgens de Officier kan de boekhouder dus niets vertellen. “Pas toen ze de claim van de Belastingdienst binnenkreeg, heeft ze hulp gevraagd.”

De advocaat van D. reageert met felle bewoordingen. “Onzinverhaal! Het staat onomstotelijk vast dat Daniëla en mijn cliënt een liefdesrelatie hadden. Pas toen het kind erkend moest worden door beiden zijn de problemen tussen hen ontstaan.” Hij verwijt de Officier ‘tunnelvisie’ te hebben. Volgens hem vormt D. geen recidive-gevaar.

Het laatste woord

Dan mag D. zelf iets zeggen. Die kans neemt hij te baat. Met een donkere, schorre stem vertelt hij zijn kant van het verhaal. Hij probeert zijn onschuld aan te geven. “Ik had een liefdesrelatie. Ik heb haar nooit gedwongen, we hebben een kind. Ik heb haar ook nooit naar Nederland toe gebracht. Ik gaf haar zelfs geld! Ik gaf haar €1000 voor ons kind. De zus ken ik niet eens! Toen ik in Bulgarije was heb ik haar ontmoet, maar ik heb haar daarna nooit meer gezien. Ik weet dat zij sekswerker was in Zwitserland en Oostenrijk, maar ik heb niets met haar zus te maken. Ik ben geen agressieve man, ik heb nooit een vrouw aangeraakt. Die zus heeft mijn geld gestolen en zij hebben daarna vier jaar geen contact meer gehad. Maar ik heb hen nooit verplicht of gedwongen. Ik heb geen schuld.” Hij wil verder net zijn persoonlijke relaas, maar daar steekt de voorzitter, mr. Sipkens, een stokje voor.

Ondanks de lange tijd die D. al in voorarrest zit, heft de rechtbank dat niet op. Volgens de voorzitter zijn er nog steeds ernstige bezwaren tegen de man en moet hij dus nog in voorarrest blijven. “De aangeefster moet nog worden gehoord, zij is heel bang voor u”. De tengere man kijkt van de tolk naar de rechters en weer terug. “En er zijn geen ernstige en zwaarwegende redenen u nu vrij te laten, alleen het argument van de corona is te weinig”. De man knikt, hij lijkt te begrijpen wat er op het spel staat. De rechter sluit de zitting en de man staat op. Als hij naar de deur loopt draait hij zich om, zegt een goed uitgesproken “Dag!” tegen de rechters en zwaait. Dan loopt hij onder bewaking de zaal weer uit.

De zaak gaat verder op 13 augustus.

Seksuele uitbuiting en gedwongen prostitutie was voor een aantal steden in Nederland aanleiding het prostitutie-aanbod te beperken. In Utrecht zijn in 2013 een flink aantal werkplekken voor prostituees gesloten op last van toenmalig burgemeester Wolfsen. De bekende woonboten aan het Zandpad werden weggesleept en de panden aan de Hardebollenstraat werden opgekocht. Ook in Amsterdam werd het aantal werkplekken voor sekswerkers, in het kader van het deels mislukte Project 1020, sterk verminderd.

De rode ramen van Amsterdam

Waardeer dit artikel

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -

X