Menu Sluiten

“Ik heb gehandeld, mevrouw”

“Ik heb haar niet bewust gedood.” Met dat statement herhaalde Michael P. zijn relatieve onschuld, vandaag in het gerechtshof in Arnhem. In dit hoger beroep wil hij zijn gevangenisstraf die hij vorig jaar kreeg in de zaak Anne Faber, aanvechten. Relatieve onschuld, omdat hij toegeeft haar verkracht, vastgebonden en gedood te hebben, maar “er niet bij hebben nagedacht. Als je logisch nadenkt, dan zeg je… ja, maar ik was niet logisch aan het denken.”

Eerste dag hoger beroep

Vandaag is de eerste zittingsdag. Niet alleen Michael P. komt aan het woord, ook de nabestaanden hebben vandaag spreekrecht. Ook komt de advocaat-generaal met zijn requisitoir, nadat hij de verdachte enkele vragen heeft gesteld.

Het is een regendag. In de binnentuin van het Gerechtshof in Arnhem zwemmen de eendjes in het koude water van een vierkante vijver. Een kuikentje zwemt er achteraan. Het duikelt soms onderwater, de regen maakt golfjes in het water, zodat het kuiken af en toe moeite heeft het donzige kopje boven water te houden.

Michael P, de verdachte in de moord- en verkrachtingszaak van Anne Faber, heeft moeite zijn verhaal boven water te houden. Zeker als de advocaat-generaal hem lastige vragen stelt. Hij wordt boos: “Ik hou me nog heel erg in!” Michael heeft moeite, zo lijkt het, te vechten tegen de tranen, als de moeder, de vader en haar broer hun emoties uiten tijdens hun spreekrecht. De vriend van Anne zou ook spreken, maar heeft daar toch vanaf gezien. Te zwaar. Antwoorden heeft Michael niet altijd. Of die antwoorden zijn lastig in te voelen, te snappen of logisch te beredeneren. Vinden velen.

De zittingsdag begint. Michael komt de zaal binnen, hij loenst, hij heeft al lang een oogprobleem. Geëscorteerd door stevige mannen van de parketpolitie beent de verdachte richting zijn stoel, recht vóór de voorzitter. Hij kijkt niet op of om, naar de pers, de belangstellenden. Hij gaat zitten en staat weer op als de rechters, de griffiers binnenkomen. Dat doet iedereen, uit eerbied. Ook Michael. De in Amersfoort geboren man draagt een zwart-wit shirt, blauwe gympies en een zwarte broek. Het is het soort zwart-witte kleding dat je in films ziet, de gevangenen dragen het allemaal. Alleen dat van Michael is het niet gestreept maar geblokt, als van een autoraces-vlag dat het einde van de laatste ronde markeert. Kort gemillimeterd haar, bovenop zijn hoofd is het langer. Daar staat het rechtop.

Hoger beroep

Michael was al veroordeeld, in de rechtbank van Utrecht, maar is dus in hoger beroep gegaan. Hij vond de straf, 28 jaar en TBS, te hoog. Hij was mishandeld tijdens de arrestatie, zo zegt hij. Hij voelde druk van de media. En de rechters waren niet onpartijdig. Vond hij. Daarnaast was hij onder invloed van medicijnen vorig jaar, daardoor kon hij de vragen niet goed begrijpen en beantwoorden. Maar vandaag is hij nuchter. Dat vind hij zelf belangrijk.

Vorig jaar heeft de rechtbank P. vrijgesproken van moord, voorbedachte rade achtte men niet bewezen, maar veroordeelde hem voor gekwalificeerde doodslag. Dat betekent dat je een feit pleegt om een ander strafbaar feit te verhullen. Hij pleegde de moord en hij verborg het lichaam om de verkrachting te maskeren. Tot zover is alles duidelijk. Toch blijven er belangrijke vragen over. Waar zijn de sieraden van Anne? “Dat weet ik niet. Waarom zou ik die achterhouden? Ik heb ze echt niet gezien, ik weet het echt niet.” Na de botsing met Anne op de fiets, pakte Michael de telefoon van Anne af en brak het doormidden. “Je gaat me nu verkrachten, he?” voeg ze. “U hebt Anne toen geboeid met tie-wraps achter de brommer gezet en bent met haar weggereden. Bij het hek van vliegbasis Soesterberg hebt u haar achter het hek gezet. Een prima gelegenheid om haar te laten gaan. Waarom hebt u dat niet gedaan? Waarom hebt u haar niet laten gaan?” vraagt de vrouwelijke rechter.

Michael P. hakkelt. Zal veel hakkelen vandaag. Zinnen worden niet afgemaakt, sommige zinnen zijn krom, soms niet te volgen. Dan weer kraakhelder. Maar dan ontbreekt de logica waar de advocaat-generaal en de rechter naar zoeken. “Hoe ik op dat moment was, in mijn hoofd… ja… het is moeilijk uit te leggen. Ik kon niet meer logisch nadenken. Ik was impulsief.” “Waarom moesten de kleren van Anne uit?” “Ik heb gehandeld, mevrouw.”

Sporen

Er zijn geen bloedsporen op het lichaam van Anne gevonden. Michael had op televisie gezien dat je een lichaam met chloor moest wassen om sporen uit te wissen. Maar als Michael zo impulsief was, hoe kan het dan dat hij haar lichaam überhaupt heeft kunnen wassen? “Daar heeft u wel over nagedacht. En de tijd voor gehad.” Er zijn geen bloedsporen gevonden op haar kapot gesneden kleren. “Heeft u daar een verklaring voor?” Dat heeft hij niet.

Michael P op de eerste zittingdag hoger beroep
Michael P op de eerste zittingsdag hoger beroep © ANP

Volgens de patholoog-anatoom, die Anne heeft onderzocht, waren er meerdere snijwonden te zien in haar hals. Terwijl Michael blijft bij zijn verklaring dat hij maar één keer heeft gesneden. Michael heeft inmiddels de foto’s gezien. “Het was veel erger dan ik me herinner.” verklaart hij vandaag.

Perry is een goeie kennis van Michael. Ze woonden samen in de kliniek waar ze onderzocht werden in detentietijd. Ze zouden samen in het bos hebben gelopen, toen ze een mooie vrouw zagen joggen. Perry had bij de politie verklaard, nadat Anne was gevonden, dat Michael tegen hem gezegd zou hebben “Zullen we haar pakken? Maar dan moet ze wel dood!” De rechter vraagt nu aan de verdachte wat zijn reactie daarop is. “Complete onzin wat hij heeft verteld. Wij zijn nooit in de bossen geweest. Dat heb ik totaal nooit gezegd! Ik ben fitnesstrainer… ik heb papieren… Het was een hete dag, dus dat zij een heel pak aan had is onlogisch.” De rechter zegt daarop dat ze wel vaker mensen in trainingspakken ziet rondlopen. Ook op hete dagen. “En waarom zou Perry liegen?” Daarop reageert Michael: “Om de nabestaanden een hart onder de riem te steken.”

Op de woensdagochtend, twee dagen nadat Michael was opgepakt, besloot hij te gaan praten. Te praten over waar Anne was, of ze nog leefde… Wat er was gebeurd. Hij had zich tot dan toe beroepen op zijn zwijgrecht. “Ze hadden een radio aan laten staan in mijn cel. Ik dacht, de ouders zijn niet achterlijk, maar ze wilden weten wat er was gebeurd…”

In de kliniek zat ook Tim K. Michael zou hebben gevraagd hoe diep een graf moet zijn. Tim gaf het antwoord: 80 cm tot een meter. Anne lag 75 cm onder de grond. Maar wat zegt dat? Michael verheft zijn stem: “Tim heeft ingebroken in een grafkelder. Hij lag te slapen tussen de lijken. Daarom zit hij in een psychiatrische kliniek!”

Een jongeman in de nesten

De voorzitter, dat is de rechter die spreekt namens de drie rechters in deze meervoudige strafkamer, met halflang donkerblond haar en een hoge stem, kijkt nu naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. “Ik zie een jongeman van 29 jaar, die al een hele serie van strafbare feiten heeft gepleegd. Hoe kijkt u daar zelf tegen aan?” Na een stilte antwoordt Michael “….Het is… feiten liegen er niet om.” Na de veroordeling van verkrachting van twee jonge meisjes, gaat het nu weer mis: nog een verkrachting, nu met vrijheidsberoving en een levensdelict. Weer een stilte. “Ik heb nou eenmaal problemen. Ben vaak agressief. Ben verslaafd… ‘t is zoals het is… ” Hij zegt het niet buiten zichzelf te plaatsen. “Zo is ‘t niet. Ik heb bepaalde dingen en daarom handel ik zo… Ik heb gewoon problemen. En dan doe ik verschrikkelijke dingen.”

Het paleis van Justitie Arnhem

De regen blijft maar vallen, de ramen van de hoge zaal met ronde lampen in een systeemplafond, blijven nat. De ruimte is verdeeld in twee gedeeltes, vóór het raam zitten de advocaten, de rechters, de advocaat-generaal (zo heet de officier van justitie in hoger beroepszaken) wat pers met camera’s, de rechtbanktekenaars en vlak vóór de rechter, oog in oog, Michael. Achter de ramen zit de schrijvende pers, een aanhoudend getik op laptops vult de kleine ruimte. Naast het ‘persvak’, ook achter de ramen, zitten belangstellenden. Ook een beladen zitting als deze is openbaar. Als je erbij kunt, want ook hier geldt ‘vol is vol’.

Hoe is Michael?

In elke strafzaak krijgt ook een verdachte de aandacht. Na een pauze zijn de persoonlijke omstandigheden van Michael aan de beurt. Hij heeft geen contact met zijn 1-jarige dochtertje en zijn vriendin. “Ik ben er wel mee bezig”. Michael schiet in de ‘vechtstand’ als hij zich beledigd of bedreigd voelt. Wordt paranoïde tijdens stress. Impulsen, emoties en agressie liggen dicht bij elkaar. Heeft weinig empathie. Kenmerken van borderline. Verslaafd. Anti-sociale persoonlijkheidsstoornis. Beperkte ‘gewetensfunctie’. Heeft geen overzicht op gedachtes voorafgaand op de agressie. Kan stressvolle situaties niet aan. ‘Instrumentele agressie’. Vooral dat laatste werkt als een rode lap op een stier bij de advocaat van de familie Faber. Instrumentele agressie? Dat houdt in dat hij agressiviteit gebruikt om iets gedaan te krijgen, planmatig… Zou de verkrachting van Anne dat ook zijn geweest? “Herkent u zich in dit beeld, geschetst door de psychiatrisch onderzoekers?” vraagt de rechter. “Ja” antwoordt hij timide. De rechter denkt aan TBS. Wat vind Michael daarvan? “TBS vind ik belangrijk voor bescherming van de maatschappij en voor mijn eigen problematiek. “Opvallend is dat daags na de moord Michael de draad van het leven weer oppakt. Hij gaat naar de Walletjes en koopt seks. Hij loopt er rond met het idee zichzelf aan te geven. Maar dat doet hij niet.

Vooringenomen

“U heeft verklaard dat u bij de eerste zitting, in Utrecht, vond dat de rechters al een uitspraak hadden vóór de zitting.” Michael antwoordt met een kort “ja”. “Denkt u dat ook van dit hoger beroep?” Een tweede korte “ja”. Een eerste lange stilte. “Maar toch gaat u in hoger beroep?” Een tweede lange stilte. “Omdat mijn advocaat hopen op een rechter die zich niet laat beïnvloeden door de media, de maatschappij, de Tweede Kamer…” “Maar u heeft de hoop eigenlijk al opgegeven?” “Ja”.

“De mensen die mij ondervragen… officieren, de recherche, de rechters, politie sturen me een richting op. Hun zijn er niet bij geweest. Zoals ik het verteld heb, zo is het gegaan. Dat maakt me kwaad.” Om Michael te begrijpen vraagt de rechter: “Heeft dat niet te maken met hun rol? Het is hun taak om…” Michael onderbreekt de rechter: “…om mij zo zwart mogelijk te maken, ja inderdaad.”

Een ongeluk

Als de advocaat-generaal Michael vragen stelt over wat er nou gebeurd is, die fatale dag in 2017, legt hij hem het vuur aan de schenen. “Het was niet gepland. Ik heb haar niet bewust van het leven beroofd.” had Michael al meermaals gezegd. “Oh, het was een ongeluk?” vraagt de man achter de tafel. “Kerel, serieus.. gaan we echt…?” Michael zakt ineen. De bebrilde man, met kort donker haar blijft Michael, zonder met zijn ogen te knipperen, aankijken. “U heeft haar natuurlijk wél bewust van het leven beroofd.” zegt hij. Kort en bits reageert Michael geïrriteerd: “Ik heb haar níet bewust van het leven beroofd!” Wat later, gekalmeerd: “We vielen op de grond. Toen heb ik het gedaan. Het was een handeling, een impulsieve handeling.” Even later zegt Michael dat deze confrontatie “heel anders had kunnen zijn”. “Hoe bedoelt u dat?” vraagt de advocaat-generaal. “Ik hou me nog heel, heel erg in… Ik had ook naar u toe kunnen komen vóórdat hij bij u was!” wijzend naar de parketpolitie.

De rechter die naast de voorzitter zit neemt het woord. “Sommige mensen beschrijven u als ‘best sociaal’. Als er niet wordt schoongemaakt terwijl dat een taak is van iemand, dan spreekt u hen daarop aan. U gaat ook naar de leiding toe om uw ongenoegen daarover te uiten. Zij maken u niet mee als iemand die al boos wordt van een boze blik. Integendeel.” Hij noemt verschillende observaties. Michael reageert: “Die mensen die zien ook niet dat er drugs wordt gebruikt op de afdeling! En dat mensen terugkomen onder de zand en blubber!”

Suïcide

Als Michael een lange gevangenisstraf krijgt, hij heeft zelf de rekensom al gemaakt, zal hij 67 jaar zijn als hij weer vrijkomt. Dat gaat niet gebeuren, had hij gezegd. “Dan maak ik een eind aan mijn leven. Aan pillen is te komen. De advocaat-generaal opteert de optie van een levenslange gevangenisstraf. “Maar wat ik nu heb, 28 jaar en TBS, is óók levenslang.”

“Het raakt me… Er wordt heel veel over me geschreven. Overal word ik bij betrokken. Boeken, vol met leugens, de media… Ik heb er heel veel last van. Ik vind dat ook daar naar gekeken moet worden. Zelfs mensen op de afdeling, personeel, zelfs familieleden noemen me niet Mike, of Michael. Het is overal ‘Michael P.’! Er zijn een aantal mensen die weten wat het met me doet en wat ik vind. Ik deel het ook niet. Dat is mijn last die ik moet dragen. Dagelijks heb ik vragen, dit, dat… Op haar verjaardag, vraag ik me af hoe het met de familie gaat. Hoe ze hun verdriet proberen te verwerken… Iedere dag… ik leef in een wereld waar geen emoties worden getoond.”

X